Schüssler celzouten

De Schüssler, die in 1858 zijn praktijk als homeopathisch arts in Oldenburg (Duitsland) opende, stelde zich als doel een eenvoudige overzichtelijke geneeswijze te ontwikkelen. Deze werd gebaseerd op o.a. het inzicht van zijn tijdgenoot de Nederlandse hoogleraar Molenschot dat ‘ziekte van de cel ontstaat door het verlies van anorganische zouten’. Door tekorten in de mineraalzouten, zoals die in het lichaam aanwezig zijn, op celniveau aan te vullen, kan de gezondheid van het lichaam worden ondersteund.

Schüssler kwam tot het inzicht dat “Om schade door overdosering te voorkomen en om de celzouten direct opneembaar voor de cellen te maken, ze gepotentieerd moeten worden”. Het potentiëren gebeurt door de zouten te verdunnen met melksuiker (lactose) en te verwrijven. In het potentiëren tot D6 of D12 ligt ook de (fijnstoffelijke/energetische) werking van de celzouten besloten. Ze werken hierdoor niet alleen op het fysieke niveau maar ook op het mentale en emotionele vlak. De opname van de celzouten gebeurt d.m.v. de slijmvliezen in de mond. De tabletjes dienen dan ook niet meteen te worden doorgeslikt maar dienen rustig op te lossen in het mondspeeksel.

De Schüssler celzouten bevatten als basisch element natrium, kalium, calcium, magnesium dan wel ijzer en als zuurelement sulfaat, fosfaat, fluoride of chloride. Daarnaast is er nog kiezelzuur (Silicea). Het betreft allen stoffen die zich al in het lichaam bevinden en een specifiek werkingsgebied hebben.

Tekorten aan deze zouten gaan veelal gepaard met bepaalde gezichtskenmerken en karakter-eigenschappen



Het is belangrijk om er op te wijzen dat de celzouten niet bedoeld zijn ter vervanging van een medische behandeling. Als de klachten en symptomen niet verdwijnen is het noodzakelijk een arts te raadplegen!

Voor meer informatie:

www.vsmschussler.nl

www.pfluger.nl

Untitled Document